Zwak Amerika betekent ook zwak Europa

Door zich van de VS te distantiëren ondermijnen Europese regeringen hun eigen invloed

Zolang Amerika in de wereld steeds minder te vertellen heeft, zullen Europese leiders staatsmanschap voor het Westen als geheel aan de dag moeten leggen, betoogt

Christoph Bertram

De macht van Amerika is zo lang zo overweldigend groot geweest dat velen denken dat ook het presidentschap van George W. Bush daaraan geen afbreuk kan doen. Hoe onjuist die gedachte is, blijkt uit mensen als Vladimir Poetin van Rusland, Hugo Chávez van Venezuela, Mahmoud Ahmadinejad van Iran en Robert Mugabe van Zimbabwe, die munt slaan uit Amerika’s geslonken invloed en aanzien.

Dat is geen reden tot leedvermaak, integendeel, het is hoog tijd dat vrienden van de Verenigde Staten, speciaal in Europa, zich realiseren dat de zwakte van Amerika ook hún internationale invloed ondermijnt.

De bewijzen voor de zwakte van Amerika liggen voor het oprapen. Toen de Amerikaanse macht op zijn hoogtepunt was, had Rusland zich erbij neergelegd dat er kennelijk niets aan te doen viel dat de NAVO geleidelijk de voormalige invloedssfeer van de Sovjet-Unie binnendrong. President Poetin gedoogde Amerikaanse bases in Centraal-Azië om de campagne tegen de Talibaan in Afghanistan te ondersteunen en maakte geen ernstig bezwaar toen de Verenigde Staten het antiraketraketverdrag, dat een verdedigingslinie van strategische raketten verbood, in de prullenmand gooiden. Amerika, dat erop gebrand was zowel Oekraďne als Georgië in te lijven bij de NAVO voelde zich niet geroepen om de Russische gevoelens te ontzien, omdat het er zeker van was dat het Kremlin zich wel moest neerleggen bij het onvermijdelijke.

Dat was gisteren. Vandaag probeert Poetin de invloed die Rusland de afgelopen jaren is kwijtgeraakt, te heroveren. Met vaardige hand speelt hij in heel Europa in op anti-Amerikaanse gevoelens, en zet intussen de Baltische landen onder drukeen duidelijk signaal dat de NAVO niet verder moet worden uitgebreid. In Oekraďne hebben de politieke krachten die zich verzetten tegen nauwere banden met het Westen, terrein gewonnen. Ook schetst het Kremlin een overtrokken beeld van de voorgenomen vestiging van een bescheiden Amerikaanse raketafweerinstallatie in Polen en Tsjechië, die de Russische veiligheidsbelangen zou aantasten.

Of neem Iran, nóg een mogendheid die profiteert van Amerika’s zwakte. Nog maar een paar jaar geleden leek de Iraanse regering voldoende onder de indruk van de Verenigde Staten te zijn om schoorvoetend toe te werken naar een overeenkomst over zijn nucleaire programma die zijn verrijkingsactiviteiten zou hebben opgeschort of zelfs beëindigd.

Er was sprake van mogelijke bilaterale contacten met de Verenigde Staten, die bij welslagen een einde zouden hebben gemaakt aan bijna dertig jaar vijandige betrekkingen. Vandaag zet Iran zijn verrijkingsprogramma door, ondanks de waarschuwing van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dat nieuwe sancties dreigen; ook drijven Iraanse functionarissen openlijk de spot met de militaire actie waarmee Amerika dreigt.

Al deze voorbeelden komen op hetzelfde neer: Amerika heeft in de wereld steeds minder te vertellen. De regering-Bush staat internationaal te kijk om de arrogantie van haar opvattingen en de beperkingen van haar macht. Ze mist steun in het binnenland en respect in het buitenland.

Sinds de Verenigde Staten tijdens de Tweede Wereldoorlog de machtigste mogendheid van de wereld werden, is zo’n achteruitgang van hun internationale invloed nog niet eerder vertoond. Zelfs tijdens de oorlog in Vietnam, die werd gevolgd door de vernederende terugtrekking uit Zuidoost-Azië, is nooit serieus betwijfeld dat Amerika de Koude Oorlog – op dat moment grote strategische opgavemoreel en materieel aankon.

Maar in de huidige wereld, waar alles met elkaar samenhangt, is invloed niet meer de som van het aantal kernkoppen, maar de bekwaamheid van een land om anderen te winnen voor beleid dat het noodzakelijk acht voor zijn essentiële belangen. Het Amerika van Bush heeft die invloed verspeeld – in het Midden-Oosten, in Azië en Afrika, en in grote delen van Europa.

Velen in de Verenigde Staten houden het er het liefst op dat dit een tijdelijke toestand is, waar een einde aan zal komen zodra in 2008 een nieuwe president en Congres gekozen worden.

Maar zij beseffen enerzijds niet voldoende hoe groot de aangerichte schade is en hebben anderzijds geen realistische kijk op de kansen van Bush’ mogelijke opvolgers – van wie er velen zijn wilde ondernemingen aanvankelijk hebben gesteundom het vertrouwen en het respect dat hun land vroeger genoot, te herstellen.

Om dat te bereiken zal er meer nodig zijn dan een nieuw gezicht in het Witte Huis. Het zal jarenlang hard werken vergen om Amerika’s middelen en behoeften weer met elkaar in overeenstemming te brengen en om voor elkaar te krijgen dat zijn initiatieven wederom worden opgevat als steun aan een rechtvaardige internationale orde, in plaats van alleen aan een bekrompen Amerikaanse kijk op de wereld.

Aanhoudende zwakte van de Verenigde Staten betekent ook verzwakking van Europa. Toen de Amerikaanse superioriteit op haar hoogtepunt was, profiteerden de Europese regeringen dubbel: ze behoorden tot het machtige Westen, én andere landen dongen naar hun gunsten als mogelijk tegenwicht tegen de Amerikaanse overheersing. Als zij al eens van de Amerikaanse standpunten afweken, tastte dat de strategische doelmatigheid van het Westen niet merkbaar aan, want de macht van Amerika bood meer dan voldoende compensatie.

Die vlieger gaat niet meer op. Als Europese regeringen zich nu distantiëren van Amerikazoals hun onderdanen dikwijls eisenjagen zij de Verenigde Staten tegen zich in het harnas én tasten zij de VS verder aan. Tegelijkertijd ondermijnen zij daarmee hun eigen internationale invloed en bieden zij anderen de mogelijkheid om Europa uit te spelen tegen Amerika, waarmee ze tevens de schamele kans verspelen om met een hervormd Amerika het Westen weer op poten te zetten.

Daarom dienen Europese leiders, ook wanneer zij niet gelukkig zijn met de standpunten van de Verenigde Staten, krachtige steun aan de transatlantische belangengemeenschap te combineren met een discrete maar resolute boodschap aan Washington dat die gemeenschap niet tot het uiterste op de proef mag worden gesteld.

Of zij die lastige manoeuvre met succes kunnen volvoeren, staat nog te bezien. Gelukkig begrijpen Angela Merkel, Nicolas Sarkozy en Gordon Brown wat er op het spel staat, en lijken sommigen binnen de regering-Bush zich bewust te zijn van het probleem. Zolang Amerika zwak is, zullen Europese leiders staatsmanschap voor het Westen als geheel aan de dag moeten leggen. Op die rol hebben tientallen jaren van Amerikaanse suprematie hen amper voorbereid.